DCpearls 2017

DCpearls 2017

DCpearls 2017

What inspires you? DC Pearls 2015, Gala/Award Show

Nieuws

Ocan’s Spotlight: Shulaika Delsol

mr SB Delsol
Foto: Shulaika Delsol

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elke week één van hen in de Spotlight. Deze week Shulaika Delsol, geboren en getogen op Curaçao en werkzaam als fiscaal jurist en belastingadviseur voor klanten op Curaçao, Bonaire en in Nederland.

Auteur: Otti Thomas

“Ik heb sinds 2001 een belastingadviesboutique op Curaçao en sinds 2013 ook in Den Haag. Ik studeerde belastingrecht aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Oorspronkelijk kwam ik naar Nederland om internationaal privaat recht te studeren. In die tijd dacht ik dat ik met zo’n specialisatie altijd werk zou vinden op Curaçao, omdat Curaçao dertig jaar geleden een sterke internationale focus en offshore industrie had. Mijn huisgenote hing op een dag een foto van een Ferrari aan de muur van onze gang. Toen ik vroeg waarom, antwoordde zij dat dat haar toekomstige auto zou zijn, nadat zij haar studie belastingrecht had afgerond. Ik ben me toen gaan verdiepen in belastingrecht, ik heb een aantal belastingvakken gevolgd en vond het zo leuk, dat ik ben overgestapt. Na mijn afstuderen als fiscaal jurist in 1994 ben ik gaan werken als Inspecteur der Belastingen bij de Belastingdienst Ondernemingen in Groningen en volgde ik tegelijkertijd de opleiding tot belastinginspecteur. Vervolgens werkte ik bij de Directie Internationale Fiscale Zaken van het Ministerie van Financiën in Den Haag, waar ik mij voornamelijk bezig hield met voorbereiden van beleid en fiscale wetgeving. Ik werkte onder staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend, die ook mijn professor was in Groningen. Op een gegeven moment moest ik terug naar Curaçao, omdat ik mijn studie had bekostigd met een beurs van de toenmalige Nederlandse Antillen.”

 

Obstakel

“Ik moest wennen. Ik was acht jaar weggeweest en had geen ervaring met de werkcultuur op Curaçao. Bovendien had ik inmiddels een man en een kind. Werken voor de overheid is leuk, maar als je dingen wil veranderen, krijg je veel weerstand. Het was dus zwaar. Mijn salaris bij de Directie der Belastingen was ook lager dan in Nederland, terwijl het levensonderhoud op Curaçao vrij duur is. Mijn man, ook jurist, mocht niet werken, want een werkvergunning was er alleen voor schaarse functies in die tijd. We kregen geen lening voor een auto omdat we niet bekend waren bij de bank, zodat mijn vader borg moest staan voor ons. We moesten een huis huren en vlak nadat we waren verhuisd, werd bij ons ingebroken. De politie waarschuwde ons nog dat er een grote kans was dat de inbrekers terug zouden komen. Ze hadden namelijk niet alles meegenomen, maar wel klaar gezet. Je woont dan niet lekker meer in zo’n huis en we zijn snel op zoek gegaan naar een andere woning. Uiteindelijk trad mijn man in dienst bij het Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken, maar net nadat we een hypotheek hadden afgesloten voor de bouw van ons eigen huis, maakte de minister van Financiën bekend dat het financieel erg slecht ging met het Land. Hij kon de betaling van de ambtenarensalarissen de komende tijd niet meer garanderen. Er waren dus verschillende tegenvallers. Het enige dat je kunt doen, is doorzetten. Mijn man en ik besloten dat een van ons uit dienst van de overheid moest en werk moest gaan zoeken in de private sector. Ik werd als eerste aangenomen bij trustkantoor CITCO en drie jaar later begon ik een eigen belastingadvieskantoor.”

 

Dankbaar

“Om ergens te komen heb je vaak hulp nodig. Mensen geven je de mogelijkheid om te werken en door hard en goed werk te leveren, kun je jezelf verder ontplooien en ontwikkelen. Dus ik ben verschillende mensen dankbaar bij de overheid, CITCO en Deloitte, waar ik ook vijf jaar werkzaam ben geweest, maar vooral God. Mijn vader heeft mij ook altijd gemotiveerd en gesteund om voor mezelf te beginnen. Hij stimuleerde me ook om in Nederland te gaan studeren om zo mijn horizon te verbreden. Ik ben trouwens ook de mensen dankbaar die me hebben tegengewerkt en nog steeds tegenwerken. Van tegenwerking word je creatief en strategisch, omdat je gedwongen wordt uitwegen te zoeken om  obstakels te omzeilen.”

 

Inspiratie

“Ik ben een perfectionist en ben altijd op zoek naar manieren om alles wat ik doe te verbeteren. Voor klanten doe ik meer dan ik zou moeten. Ik heb vorig jaar een online winkel voor leren tassen uit Italië opgezet. Ik wilde weten hoe dat in zijn werk gaat en of de huidige fiscale wetgeving wel geschikt is daarvoor. Belastingwetgeving verandert voortdurend omdat de maatschappij steeds verder ontwikkelt. Mijn werk is zeer afwisselend en dynamisch. Het is vaak een spel tussen de belastingadviseur en de fiscus. De inspecteur behartigt de belangen van een land en interpreteert de wet zodanig dat zoveel mogelijk belasting kan worden geheven. Als belastingadviseur probeer je de wet zodanig uit te leggen dat klanten zo min mogelijk belasting hoeven te betalen.”

 

Helpen

“Ik ging rechten studeren omdat ik mijzelf een rechtvaardig persoon acht. Het recht is tot mijn spijt niet altijd rechtvaardig. Mijn ervaring is dat de sterkste mensen veelal winnen en dat zijn vaak de mensen die kapitaalkrachtig zijn. Ik help al jaren gratis een gepensioneerde klant op Curaçao met zijn belastingzaken daar. Hij komt steeds in de problemen omdat hij twee pensioenuitkeringen heeft en het ambtenarenpensioenfonds op Curaçao deze twee pensioenen niet samenvoegt om de verschuldigde belasting te berekenen en af te dragen aan de fiscus daar. Ik verzorg zijn jaarlijkse aangiftes en doe de correspondentie met het pensioenfonds of de fiscus.”

 

Advies

“Alles heeft te maken met durven. Veel mensen willen geen risico lopen. Ze zijn bang om te falen. Maar als je in je comfortzone blijft zitten, zul je nooit iets nieuws ervaren. Als je een andere uitkomst wilt in je leven, dan zul je echt de formule moeten aanpassen. Dat is misschien wel eng, omdat je niet weet wat je te wachten staat. Je kunt namelijk heel hard je kop stoten als je in de diepte springt, maar je kunt ook tijdens de val leren vliegen. Dus durf en geloof in jezelf. Als je iets met passie doet, dan wordt het ook een succes.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.

Ocan’s Spotlight: Maciba Hull

Maciba Hull foto
Foto: Maciba Hull

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week Maciba Hull uit St. Maarten, werkzaam als verpleegkundige in het Erasmus Universitair Medisch Centrum.

Auteur: Ottti Thomas

“Een buurvrouw op St. Maarten was verpleegkundige in het St. Maarten Medical Center. Als klein meisje wist ik niet precies wat het inhield, maar het had een enorme aantrekkingskracht. Ik heb nooit iets anders gewild. Ik werk in het Erasmus Universiteit Medisch Centrum op de afdeling HPB voor mensen met lever, pancreas en galwegenziektes. Verpleegkunde is onvoorspelbaar. Je moet de juiste beslissingen kunnen nemen, risico’s in kunnen schatten, het beste uit een situatie kunnen halen en je hoofd koel houden. Niet alle patiënten overleven het, dus je moet een balans zien te vinden tussen empathie en persoonlijk niet te veel betrokken raken. Je mag niet verlamd raken, maar moet je gedachten omzetten in kracht. Ik werk ook als coördinatie verpleegkundige. Samen met een arts kijk ik waar we patiënten kunnen plaatsen, die bij de spoedeisende hulp binnen komen. Ik kijk wie er binnen een team het meest geschikt is voor een taak, want zelfs ervaren verpleegkundigen raken soms toch in de stress. Ik spring bij waar nodig. Ik werkte ook enige tijd op de polikliniek. Ik draaide een verpleegkundig spreekuur met patiënten als voorbereiding op hun ziekenhuis opname. Verpleging is dus meer dan alleen het wassen van patiënten.”

 

Obstakel

“Ik was veertien toen we naar Nederland verhuisden. Voor mij was het een cultuurshock. Ik begon in het tweede jaar van het VMBO, een lager niveau dan high school die ik op St. Maarten volgde. Ik vond het zwaar dat ik niemand kende, opnieuw vrienden moest maken en daarbij de taal moest leren. Ik had de eerste paar jaren vaak heimwee. Ik spijbelde veel. Ik bleef liggen als mijn moeder ’s ochtends naar haar werk ging. Voordat ze thuis kwam stond ik op en deed ik net alsof ik naar school was geweest. Na de middelbare school volgde ik de richting Helpende Zorg en Welzijn op het Mondriaan College MBO. Er waren momenten wanneer ik huilend thuis kwam van mijn stage in een verpleeghuis, omdat ik het niet leuk vond en in een ziekenhuis wilde werken.

Ergens kwam een omslag. Ik denk dat ik gewoon volwassen werd. Ik besefte dat ik op moest houden met dat gedoe en gezeur. Op MBO niveau 4 kreeg ik de kans om stage te lopen in het Erasmus Universitair Medisch Centrum. Klasgenoten waarschuwden dat ik daar met mijn kleurtje dubbel zo hard moest werken, maar ik wilde het per se, ongeacht wat ik daarvoor moest doen. Na een jaar stage op de kinderafdeling en een jaar bij vasculaire en transplantatie chirurgie boden ze me een baan aan. Ik werk er nu zeven jaar en ben aan mijn bachelor verpleegkunde op HBO-niveau begonnen. Ik ben nog lang niet uitgeleerd en dat is ook onmogelijk in dit vak. Daarbij wil ik zoveel mogelijk ervaring op doen op het gebied van verpleegkundige om breed inzetbaar te zijn.”

 

Inspiratie

“Mensen in het ziekenhuis bevinden zich in een kwetsbare, machteloze situatie. Het is mooi om hen te begeleiden. Ik kan misschien weinig veranderen aan die situatie, maar kan wel helpen om met die situatie om te gaan. Ik begrijp dat ze het moeilijk hebben, maar probeer toch een positieve kijk te stimuleren. Als je het mentaal opgeeft, dan geeft je lichaam het ook op. Ze hangen samen. Het geeft me kracht. Mensen liggen levenloos in hun bed als ze net binnen zijn gebracht, maar lopen energiek het ziekenhuis weer uit. Ik haal ook voldoening uit de wijze waarop ik het beste weet te maken van een stressvolle baan. Het kiezen van de juiste prioriteiten. In elke organisatie spelen er veel dingen, bijvoorbeeld op het gebied van logistiek, en het is belangrijk om te zorgen dat een cliënt daar niets van merkt. Hij of zij heeft al zijn krachten nodig om te herstellen.”

 

Dankbaar

“Mijn moeder was altijd trots op me. Ze heeft me altijd gestimuleerd om een betere Maciba te worden. Ik wilde haar dus alle reden geven om trots te zijn. Bovendien wilde ik een betere basis dan mijn moeder. Zij stopte met school toen ze op haar 17de van mij beviel. Vervolgens heeft ze altijd hard moeten werken om rond te komen. Twee jaar geleden is ze overleden aan borstkanker die was uitgezaaid naar haar lever. Ik ben altijd blij en dankbaar dat ik voor haar kon zijn als dochter én met mijn kennis als verpleegkundige.”

 

Helpen

”Misschien wil ik in de toekomst iets in het onderwijs of management doen. Er zijn op MBO-niveau veel verpleegkundigen met een multiculturele achtergrond. Ze worstelen met dezelfde dingen als ik en hebben het gevoel dat ze zich dubbel moeten bewijzen. Ik denk dat ik een bron van inspiratie ben. Ik kan laten zien dat het mogelijk is en welke stappen je daarvoor moet nemen. Dat ze zich niet door een persoon moeten laten weerhouden van hun doelen. De werkvloer is niet altijd leuk, maar ze zijn er naast hun dromen en doelen in de eerste plaats voor de patiënten.

De laatste jaren denk ik steeds vaker aan een terugkeer naar St. Maarten. Ik weet niet hoe ik het zou ervaren, want in Nederland ben ik volwassen geworden. Maar ik zie het als een taak om met mijn expertise en kennis bij te dragen aan de groei van mijn land.”

 

Advies

”Willen is kunnen! Iemand zei dat ooit tegen mij en ik zeg het nu vaak tegen mezelf. Beperk je bovendien niet tot een bepaalde omgeving. Door het verbreden van je horizon ontdek je dingen waarvan je het bestaan niet kende. Tot slot denk ik dat adviezen er zijn om naar te luisteren, maar niet altijd om op te volgen. Soms adviseren mensen je om iets niet te doen, terwijl ze je drive niet kennen. Als ik had geluisterd naar het advies van mijn klasgenoten, had ik nu niet die mooie baan gehad.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.

Ocan’s Spotlight: Magda Lacroes-Felesita

Magda Lacroes foto
Foto: Nelson Lacroes

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week de Curaçaose Magda Lacroes-Felesita, bibliothecaresse, webredacteur en initiatiefnemer van de Dutch Caribbean Book Club.

Auteur: Otti Thomas

“Op mijn vijfde verhuisden we van Scharloo naar Steenrijk. Het prachtige huis van mijn opa werd afgebroken voor de bouw van de Julianabrug. Na de basisschool volgde ik de mavo en de opleiding voor Economisch Toeristisch Administratief Onderwijs (ETAO), die nu niet meer bestaat. De liefde voor lezen ontstond toen mijn ouders uit elkaar gingen. Als meisje van 14 zocht ik mijn toevlucht in boeken. Meteen na mijn ETAO-examen ging ik werken bij de Wetenschappelijke Bibliotheek in Punda. De directrice stimuleerde me om in Nederland de bibliotheekopleiding te doen. Bursalen verbleven de eerste week in een hotel en mijn kamergenote had een broer, waar ik mee in contact kwam. Hij is na ruim 36 jaar nog altijd mijn man.

Na mijn studie werkte ik in de bibliotheek van het toenmalige ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, het ministerie van Landbouw en Visserij en het ministerie van Sociale Zaken. Ik werk nu bij een overheidsorganisatie, overigens niet meer in de bibliotheek, maar als webredacteur van de afdeling digitale dienstverlening. Daarnaast ben ik ruim vijftien jaar bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals. De KNVI organiseert congressen, lezingen, workshops en ‘kijkjes in de keuken’ voor de vakgenoten. Ik heb verschillende kijkjes georganiseerd bij onder meer de Tweede Kamer, Ernst & Young, Google,  NOS Documentatie en het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

 

Inspiratie

“De liefde voor boeken zit in mijn hart. Ik was verbaasd dat mensen nog nooit gehoord hadden van Boelie van Leeuwen, Frank Martinus Arion of bepaalde titels. Om Caribische én Europese Nederlanders kennis te laten maken met Caribische auteurs en thema’s,  heb ik in 2012 Dutch Caribbean Book Club opgericht. Ik vind het belangrijk dat ze die schrijvers kennen, maar ook die boeken. Een blanke Nederlandse schrijver kijkt heel anders naar interraciale verhoudingen dan een Caribische auteur als bijvoorbeeld Jacques Hermelijn. Inmiddels hebben we 21 lezingen gehad. In oktober organiseren we in het Haags Historisch Museum een lezing over George Maduro en vertonen we een documentaire over de Antillen in de Tweede Wereldoorlog. Volgend jaar is er een bijeenkomst over Luis Daal en is Egbert Juliana, zoon van Elis, aanwezig tijdens de Internationale Dag van de Moedertaal. Ik wil ook heel graag Radna Fabias uitnodigen, die dit jaar de Buddingh-prijs voor het beste poëziedebuut kreeg.”

 

Obstakel

“Alleen al het feit om in Nederland te gaan studeren en wonen is een soort overwinning. Ik denk dat doorzettingsvermogen het belangrijkste is. Je kunt het opgeven als je met tegenslagen te maken hebt, maar dat doe ik niet. Op mijn 55ste haalde ik mijn bachelor HBO-Informatiemanagement, mede dankzij een goede studiebegeleider. Ik was één van de oudste studenten en studeerde naast mijn fulltime werk, maar ik geef niet op. Bij de eerste bijeenkomst van de Dutch Caribbean Book Club waren er misschien twintig mensen aanwezig. Mijn man, mijn kinderen, schoonzussen en zwagers. Maar Walter Palm zei dat ik gewoon door moest gaan en door moest zetten. Niet bij de eerste tegenslag zeggen: ik doe het niet meer.”

 

Dankbaar

“Mijn moeder had de kracht om iets groots te maken van iets kleins. Ze ging naar de markt, kocht een vis en hakte hem in mootjes, die ze verkocht. Daarmee maakte ze wat winst voor het gezin. Ze kon zo veel, zonder geld of opleiding. Als het moest, dan metselde ze een muurtje, verfde ze een kastje of naaide ze gordijnen. Ze had een groot doorzettingsvermogen en had verschillende banen om voor negen kinderen te zorgen. Ze is mijn grote voorbeeld. In Nederland is mijn manmijn grote steun en toeverlaat. Mijn kinderen zijn ook altijd bereid om te helpen. God ben ik dankbaar voor mijn kracht en verder heb ik heel veel mensen om me heen, zowel Europese als Caribische Nederlanders. Mensen die je een duwtje in de rug geven als je het nodig hebt.”

 

Helpen

“Vluchtelingenwerk zocht vrijwilligers voor het project ‘1001 krachten’. Buitenlandse vrouwen kregen Nederlandse les en begeleiding naar een baan. Dat ga ik doen, dacht ik. Ik vond een stageplek bij een restaurant voor een vrouw uit Afrika, een plek bij de Bijenkorf voor een vrouw uit de Dominicaanse Republiek en een vrouw uit Maleisië ging werken bij de Wereldwinkel. In een wijkcentrum gaf ik Nederlandse les, wat ik zeker leuk vind. Mijn man is voorganger bij een Pinkstergemeente in Den Haag en in de kerk vertaal ik simultaan van Spaans naar Nederlanders, onder andere voor jongeren, die niet met Spaans zijn opgegroeid. Dergelijke dingen geven me energie en voldoening.”

 

Advies

“We leren wel Nederlands op school, maar is anders als je naar Nederland gaat. Het is vaak een struikelblok voor Antillianen in Nederland. Je kunt dat ondervangen door veel te lezen. Een simpel boek of de krant. Ik zocht vroeger elk onbekend woord op in een woordenboek. Je vergroot je woordenschat en je kunt je zo ook beter uitdrukken. Het is ook belangrijk om mensen om je heen te hebben die je motiveren en stimuleren. Het is af en toe fijn om bij je eigen clubje te blijven hangen. Ik ben lid van Club di Antiyanas, die helaas op houdt te bestaan. Maar kijk ook verder. Dat scheelt enorm.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.

Ocan’s Spotlight: Burnize Evertsz

Burnize Spotlight selfie_geknipt
Foto: Burnize Evertsz

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week Burnize Evertsz, budgetcoach en predikant uit Curaçao.

Auteur: Otti Thomas:

“Toen mijn jongere broer voor zijn studie naar Nederland vertrok, reisde mijn moeder hem achterna en later ook mijn zus. Ik voelde me alleen en ben samen met mijn man en mijn dochter naar Nederland verhuisd. Op Curaçao werkte ik in de verzekeringswereld en dat ben ik ook in Nederland gaan doen. Dat was negentien jaar geleden. Inmiddels werk ik al twee jaar als zelfstandig budgetadviseur. Meestal voor particulieren, die niets voelen voor het schuldhulpverleningstraject van de gemeente. Dat is namelijk geen pretje. Veel mensen hebben er nare ervaringen mee en soms vallen ze na een aantal jaren terug in hun oude patroon. Ik begeleid mensen bij het aflossen van hun schulden, te beginnen bij de kleinste bedragen. Het is een lang traject, want je moet werken aan een gedragsverandering. Soms ga ik met hen naar de supermarkt om te laten zien hoe je creatief in kunt kopen met weinig geld. Ik ben daarnaast bezig met mijn landelijke certificaat voor budget coach en volg een studie intercultureel coaching. Ook doe ik de opleiding beschermingsbewind voor de bescherming van mensen, die niet in staat zijn om hun eigen financiën te regelen. Op mijn veertigste kreeg ik dus opeens een drive om carrière te gaan maken.”

Obstakel
“De vader van mijn jongste kind beloofde van alles, maar toen ik vertelde dat ik zwanger van hem was, wilde hij niets meer met me te maken hebben, Mijn hele wereld stortte in. Mijn zelfvertrouwen was weg. Zo hevig was het. Ik kon helemaal niets, ook niet meer werken, en bouwde een schuld op. De schuldhulpverlening liep vervolgens fout. De aflossing van de schuld liep via de gemeente, maar die vergat twee jaar lang mijn schuldeisers te betalen en één van hen legde beslag op mijn inboedelrekening. Drie maanden lang had ik geen inkomsten, stroom of water, maar wel drie kinderen. Daarna kreeg ik een bewindvoerder toegewezen, die achteraf niet benoemd bleek te zijn als bewindvoerder. Op een gegeven moment heb ik de knop omgezet. Ik hoorde een stem die me voor de keuze stelde: zo door gaan of vechten voor mij en mijn kinderen. Stukje bij beetje ben ik gekomen waar ik nu ben. Spijt heb ik trouwens niet. Al die ervaringen hebben me gemaakt wie ik nu ben. Als je nooit faalt, dan leer je ook niets. Je kunt de tijd bovendien niet terugdraaien, maar wel het beste maken van wat er nu komt. Daar ben ik me bezig.”

Inspiratie
“Ik ben katholiek opgevoed, maar toen een pastor van de Pinkstergemeente had gebeden, werd ik echt geraakt door de Heilige geest en bekeerde. Mijn hele leven veranderde. Ik kreeg een innerlijke rust. Nu ben ik evangelist bij de Pinkstergemeente in Den Haag. God is mijn houvast. Hij hielp me toen het slecht ging. Door beproevingen wordt het geloof alleen maar sterker. Hij hielp ook daarna. Ik vroeg wat ik moest doen en droomde dat ik andere mensen met schulden moest gaan helpen. De volgende ochtend heb ik meteen de Kamer van Koophandel gebeld en een paar dagen later was ik ingeschreven. Het is mooi als je anderen kunt helpen door de dingen die je hebt meegemaakt. Ik weet hoe het voelt om grote schulden te hebben. Ik kan me volledig inleven. Mijn levenservaring is dus mijn inspiratie.”

Helpen
“Ik help al anderhalf jaar een gepensioneerde vrouw, die me niet eens kan betalen. Dat kan ik natuurlijk niet altijd doen, maar het geeft me voldoening omdat ze zo dankbaar is. Inmiddels heeft ze haar schulden bijna afbetaald, omdat ze precies doet wat ik zeg. Mensen die me wel betalen voor mijn hulp, doen dat soms niet. Ze willen wel hulp, maar werken niet mee. Ik help ook veel Spaanstalige mensen, die mede door de taalbarrière snel schulden maken. Omdat ik vloeiend Spaans spreek, help ik ze bij het aflossen van hun schulden, maar ik help ze ook als vertaler bij instanties als de jeugdzorg, de gemeente, de rechtbank of bij het indienen van bezwaarschriften. Een koppel uit Colombia wil een eigen klusbedrijf beginnen. Daar ga ik ze deze maand mee helpen.”

Dankbaar
“Ik ben God dankbaar, maar ook mijn drie kinderen hebben me altijd gesteund. Ze zeiden dat ik mijn best moest doen, omdat ik hen ook inspireerde. Verder heb ik veel te danken aan mijn buurman Elvis Monte aan de Ammunitiehaven in Den Haag, waar ik mijn kantoor heb. Hij is belasting adviseur. Ik ken hem inmiddels acht jaar en vanaf het begin heeft hij in mij geloofd. Als ik advies nodig heb, helpt hij me altijd.”

Advies
“Het is onder onze mensen, dus Antillianen, nog steeds een taboe om te vertellen dat je schulden hebt. Maar je hoeft je niet te schamen. Je kunt schulden krijgen door een scheiding, door ziekte, door ontslag. Het kan iedereen gebeuren. Zoek op tijd hulp en wacht liever niet tot je echt in de knel zit. Hetzelfde geldt voor andere problemen. Als je erover praat met anderen is er altijd een oplossing. Alle problemen hebben een moment waarop ze begonnen, maar ook een moment waarop ze eindigen.”

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.

Ocan’s Spotlight: Dyonna Benett

Dyonna

Foto: Dyonna Benett

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week Dyonna Benett, erfgoedprofessional met roots op Curacao en in de Dominicaanse Republiek.

 

Auteur: Otti Thomas

“Mijn moeder kwam naar Nederland toen ze zwanger was. Inmiddels heb ik het geaccepteerd, maar vroeger vond ik dat jammer. Mijn oudere zus en de meeste familieleden waren wel op Curaçao geboren en op de een of andere manier voelde ik me buitengesloten. Ik weet niet hoe het was gelopen als ik wel op Curaçao was geboren en opgegroeid, maar juist door die afkomst vond ik dat ik Curaçao goed moest representeren in Nederland. Het zat in de kleine dingen. Op school deed ik extra mijn best om te laten zien dat iemand met een kleur ook kon presteren. Toen ik ontdekte dat Curaçao niet goed werd gerepresenteerd in de Nederlandse geschiedenis, vond ik dat ik me daarvoor in moest zetten en koos de studie Cultureel Erfgoed. In het begin richtte ik me vooral op de representatie van culturen in musea en tentoonstellingen, en op multiperspectiviteit, dus aandacht voor meer invalshoeken bij tentoonstellingen. Op dit moment ben ik betrokken bij de invulling van een grote Pan-Caribische tentoonstelling in 2019, waar ik nog niet teveel over kan zeggen, werk ik fulltime bij het Historisch archief van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en ben ik adviseur Beeldende Kunst en Cultureel Erfgoed bij het Mondriaan Fonds. Daarnaast ben ik tegenwoordig vooral bezig met veel projecten op het gebied van inclusiviteit, dus het betrekken van alle bevolkingsgroepen bij evenementen en tentoonstellingen in Nederland. Door de diaspora hebben we namelijk meer overeenkomsten dan verschillen.”

 

Inspiratie

“Onze voorouders hebben lang gestreden om met respect te worden behandeld. Ze wilden dat hun verhaal werd verteld, gehoord en erkend. Ik denk dat dat mijn belangrijkste drive is. Ik wil laten zien dat we meer zijn dan het beeld dat vroeger van ons bestond. We leven in de eeuw van de bewustwording, een tijd dat we echt een verschil kunnen maken. Ik geloof dat onze voorouders ons daar ook bij begeleiden en sturen. Dat geldt ook voor mijn voorouders uit de Dominicaanse Republiek, waar ik me nog verder in ga verdiepen.

Carnaval is ook belangrijk voor mij. Ik nam het initiatief voor de toevoeging van Zomercarnaval aan de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed. Het is meer dan het aantrekken van een kostuum en dansen. Het gaat veel dieper. Het heeft betrekking op representatie, want je laat jezelf zien. En als je spiritueel bent ingesteld, zoals ik, dan eer je je voorouders die ook carnaval vierden. Omdat carnaval meer is dan een feestje denk ik daarom dat zoveel mensen uitkijken naar het Zomercarnaval in Rotterdam. Een dag per jaar kun je zoiets moois ervaren.”

 

Obstakel

“Ik heb altijd een beetje last van faalangst gehad. Dat ik niet op de juiste manier aan de verwachtingen voldoe. Bijvoorbeeld bij presentaties voor een publiek van mensen die niet graag dingen aannemen van anderen. Of bij het schrijven van mijn afstudeerscriptie over de representatie van identiteit in Curaçaose musea. Mensen zaten er op te wachten, want het was nooit eerder onderzocht en ze konden mijn bevindingen en aanbevelingen gebruiken om verder te komen. Heel vaak dacht ik dat ik het niet zou halen en dat ik het niet kon. Maar met steun van mensen om me heen, doe ik het dan toch en gaat het goed.

Er zullen altijd mensen met kritiek zijn want erfgoed is een maatschappelijke kwestie, maar tegelijkertijd ook heel persoonlijk. Als daaraan wordt gesleuteld omdat een bepaald beeld of verhaal niet klopt, dan kan dat voor moeilijkheden zorgen. Het heeft dus tijd nodig. Tijd, veel onderwijs en heel veel gesprekken met voorbeelden waarom dat beeld niet klopt. Als je mensen op de juiste manier benaderd, dan staat ze wel open voor een dialoog.”

 

Dankbaar

“Ik ben veel mensen dankbaar, onder wie natuurlijk mijn moeder. Maar vooral ook mijn geliefde. Ze is de liefde van mijn leven. Op het moment dat ik dit had geaccepteerd kon ik ook helemaal voor haar gaan. Ik ben normaal gesproken erg gesteld op mijn privé leven, maar het overlijden van Marieta Emers heeft mij op andere gedachten gebracht. Ze heeft zich altijd ingezet voor het bespreekbaar maken van seksualiteit in de Caribische Gemeenschap en het voelde verkeerd om dit weer voor mezelf te houden. Dit is voor mij geen moment van ‘uit de kast komen’ Er zijn vrienden en enkele familieleden die het weten. Ik hoef niet in een hokje geplaatst te worden, of benoemd te worden als biseksueel. Ik ben een mens en ik ben verliefd geworden op een vrouw. Mijn leven loopt goed door de liefde die we al zeven jaar voor elkaar voelen. Ze zorgt voor me, steunt me en geeft me advies. Sinds we samenwonen is zij degene die mij op mijn pad houdt.

 

Helpen

“Sinds ik adviseur ben voor het Mondriaanfonds krijg ik vaak vragen over het aanvragen van fondsen. Bij tentoonstellingen vormt gevoel vaak de basis en mensen willen weten hoe ze die gevoelens het beste kunnen verwoorden. Het belangrijkste is om je plan zoveel mogelijk uit te werken en je af te vragen wat je doel is. Voor een tentoonstelling over verschillende culturen is bijvoorbeeld de keuze voor een goede curator erg belangrijk.

Ook buiten mijn werk word ik soms benaderd voor advies of motivatie. Mensen hebben soms de juiste woorden nodig om verder te kunnen.”

 

Advies

“Ik denk dat je met positiviteit meer bereikt dan met negativiteit. Ik snap best dat veel mensen door gebeurtenissen uit het verleden boos of ontevreden zijn , maar met liefde en door voortdurend te focussen op wat er wel goed gaat bereik je veel meer. Mijn advies aan anderen is om volledig te vertrouwen op wat ze kunnen en willen bereiken. Soms voelt het alsof we niet geschikt zijn voor iets waardoor we gaan twijfelen of we over de juiste kwaliteiten beschikken. Maar zodra we onze gedachten en dromen met de juiste energieën voeden, dan zal het je verbazen waar het universum tot in staat is. Vertrouw op jezelf, geloof, just do it and go for it!

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.

Ocan’s Spotlight: Linton Jayson Posthumus

Linton Jayson

Foto: Linton Jayson Posthumus

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week de Fries-Curaçaose zaakwaarnemer in het internationale profvoetbal Linton Jayson Posthumus, eigenaar van LJ Sports & Employment.

Auteur: Otti Thomas

“Het runnen van een football agency heeft meerdere facetten. Ik werk als manager voor individuele voetballers en ben scout/intermediair voor een aantal clubs. De individuele spelers begeleid ik bij hun carrière als profvoetballer. Van de clubs krijg ik bijvoorbeeld de vraag voor een spits of buitenspeler, die ik dan aandraag. Of ze vragen informatie over een speler die door iemand anders is aangeboden. Ik gebruik een scoutingplatform met wedstrijden uit de hele wereld, waarop je individuele spelers kunt volgen. Je kunt van één speler alle dribbelacties, schoten of loopacties in een wedstrijd selecteren of hele wedstrijden terugkijken. Ik werk wereldwijd maar heb de afgelopen tijd veel klussen gedaan in Azië. Deze zomer heb ik nog een speler uit Australië getransfereerd naar Japan. De salarissen zijn daar veel hoger. Spelers die op hun 28ste nog een paar jaar als voetballer voor zich hebben, verdienen daar meer dan bij een gemiddelde club in Nederland. Mijn omzet komt dus voor het grootste deel uit Azië. Op termijn wil ik mijn werkzaamheden in Nederland nog meer gaan uitbouwen zodat mijn Agentschap ook in eigen land mee kan draaien aan de top. Het is van mij ook een droom om ooit ‘aan de andere kant’ van de tafel te zitten en zelf een voetbalclub te leiden.”

 

Inspiratie

“Toen ik negen was, zag ik de film Jerry Maguire met Tom Cruise als een sports agent. Dit maakte diepe indruk op mij en is me altijd bijgebleven. Als kind wilde ik natuurlijk het liefst profvoetballer worden, maar op een gegeven moment besefte ik dat ik te weinig talent had en realistisch moest zijn. Na de HBO-opleiding voor Sport, Gezondheid en Management studeerde ik rechten aan de Rijksuniversiteit van Groningen met het doel om als zaakwaarnemer in het internationale profvoetbal aan de slag te gaan. Tijdens mijn studie ben ik al een beetje begonnen en met hard werken, veel tijd en een beetje geluk ging het lopen. Na mijn studie heb ik niet eens een andere baan hoeven te zoeken. Ik leef mijn droom.”

 

Obstakels

“Het internationale profvoetbal is een harde wereld, waarin geld een prominente rol in speelt. Toen ik begon, merkte ik al snel dat je de zaken realistisch moet houden. Soms is het dus beter om iets aan je voorbij te laten gaan en jezelf heel veel gedoe en tijd te besparen. Dit voorkom je door bijvoorbeeld alle afspraken op papier te zetten. Een klik en vertrouwensband met de spelers is de basis voor de samenwerking. Juist in die harde wereld vind ik het belangrijk om spelers goed te begeleiden. Er is namelijk veel talent, maar veel jongens redden het niet omdat ze niet weten hoe ze verder moeten komen of verkeerde keuzes maken. Als ik jongens hierin kan ondersteunen zodat ze het wel redden, dan ben ik een blij persoon.”

 

Dankbaar

“Mijn ouders hebben wel eens gesuggereerd dat ik moest solliciteren toen ik net klaar was met mijn studie, maar ze hebben me eigenlijk altijd gesteund in mijn keuzes. Ze zijn ook ondernemers en mijn vader doet nog steeds mijn boekhouding. Mijn Curaçaose moeder kwam naar Nederland om te werken voor Hajé Restaurants waar ze mijn Friese vader tegenkwam. Opgroeien tussen twee culturen was te merken in mijn opvoeding. Mijn moeder was bijvoorbeeld veel directer en strikter dan de moeders van mijn Nederlandse vrienden. Van haar heb ik mijn discipline en focus. Van mijn vader heb ik de Friese mentaliteit. Een nuchter karakter. In beide culturen voel ik me thuis. Het voelt vertrouwd als ik Cache Royale hoor of familie op Curaçao bezoek, maar ook als ik op zaterdag mijn Friese oma bezoek met Omrop Fryslân op de radio.”

 

Helpen

“Voetballers die op een iets lager niveau spelen, vragen me wel eens om hulp via Facebook en LinkedIn. Ik kijk altijd naar beelden van hun spel, maar ben altijd eerlijk. Als ik niets voor ze kan doen, dan laat dat weten. Er zijn ook veel voetballers aan het eind van hun carrière die agent willen worden. Meestal geef ik mee dat het (jeugd) trainerschap ook een mooie keuze is. Een van de mooiste dingen is namelijk om de ontwikkeling van de spelers van dichtbij te zien. Het werk als agent wordt ook vaak onderschat. Er komt veel meer bij kijken, dan alleen bellen met clubs. Ik heb me tijdens mijn studie gespecialiseerd in arbeids- en ondernemingsrecht, dus een goede juridische basis. Er zijn ongetwijfeld jongens die zich dat ook zonder die studie heel snel eigen maken, maar in mijn optiek is het zonder enige juridische kennis niet makkelijk als agent.”

 

Advies

”Succes is niet de sleutel tot geluk, maar geluk is wel de sleutel tot succes. Ik adviseer iedereen daarom altijd dat ze iets moeten doen wat ze leuk vinden. Het moet iets zijn waarvoor je elke ochtend met plezier uit je bed komt, want anders lukt het niet. Ik weet dat het niet voor iedereen makkelijk is om dat te bereiken, maar probeer het wel na te streven. En het maakt dan uiteindelijk niet uit of je 2000 of 2500 euro per maand verdient, maar des te meer dat je gelukkig bent in wie je bent en wat je doet.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter.

 

Ocan’s Spotlight: Karel Paulina

Paulina

Foto: Karel Paulina

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week Karel Paulina, taartenbakker uit Curaçao.

Auteur: Otti Thomas

“Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat het zo groot zou worden. Ik ben er gewoon in gerold. Mijn tante bakte taarten op Curaçao. Ze was zelf niet zo creatief, maar ik wel, dus als ze een moeilijke opdracht had, vroeg ze aan mij om de taarten te decoreren. Eenmaal in Nederland bakte ik taarten voor mezelf en voor vrienden, die reclame voor me maakten. Sociale media hebben daar ook een grote rol in gespeeld. Inmiddels heb ik mijn eigen bedrijf, Cakes by Kee. Ik zit in Rotterdam, maar mijn klanten zitten overal in Nederland. Tot in Groningen worden bestellingen gedaan, omdat de kwaliteit zo goed is en ik achter mijn taarten sta. Het gaat zo goed dat ik inmiddels iemand in dienst heb. Er zijn heel veel mensen die taarten bakken, maar ik zie ze niet als concurrent. Ik kan toch geen taarten voor heel Nederland bakken.”

 

Inspiratie

“Ik maak 3D taarten die je van alle kanten kan bekijken. Bijvoorbeeld een schoen of een auto. Wat de smaak betreft is het een Antilliaanse taart, maar ik noem het cake, want dan begrijpt iedereen hoe het smaakt. Het recept heb ik in de loop van de tijd zelf ontwikkeld door te experimenteren. Mijn inspiratie haal ik voor 50 procent overal vandaan en 50 procent van internet. Ik zie of bedenk iets, ik kijk of iemand iets vergelijkbaars heeft gemaakt en dan geef ik mijn eigen draai eraan. Een favoriete taart heb ik niet. Soms maak ik drie of vier varianten van dezelfde taart, maar ze zijn allemaal bijzonder, want ik weet hoeveel tijd ik erin geïnvesteerd heb.”

 

Obstakel

“Als je jong bent, weet je niet precies wat je wil. Als kind wilde ik leraar worden. Omdat ik van de mavo kwam, moest dat via een omweg en koos ik voor de studie onderwijsassistent, maar tijdens mijn stage merkte ik dat het niets voor me was. Daarna koos ik voor de Mode Academie in Den Haag, waar ik mijn creativiteit misschien kwijt kon, maar dat ging te langzaam voor me. Op Curaçao haalde ik alsnog mijn diploma voor onderwijsassistent en ik ging weer terug naar Nederland. Ik probeerde rechten en studeerde daarna Human Resources Management. Ik begon goed, maar de achten veranderden na mijn stage in zevens, zessen en vijven. De motivatie was weg. Ik zag mezelf niet voor de rest van mijn leven achter een bureau zitten en de problemen van andere oplossen. Stoppen was geen makkelijke keuze. Mijn leraren zeiden dat ik vol moest houden, want ik hoefde nog maar een jaar. Maar zou ik er gelukkig van worden? Nee! Geeft een papiertje echt zekerheid? Nee! Als ik voor een inkomen had gekozen, was ik op Curaçao gebleven en had ik een studie gedaan voor docent of mijn rechtenstudie afgemaakt. Maar het gaat niet alleen om wat je verdient. Het gaat om wat je voelt. En mijn passie had ik al gevonden in mijn hobby. Wat ik bij HRM heb geleerd, heb ik overigens wel meegenomen in mijn eigen bedrijf.”

 

Dankbaar

“Zonder mijn tante en mijn ouders was dit allemaal niet mogelijk geweest. Mijn ouders steunden me voor 1000 procent. Het was natuurlijk wel een dingetje toen ik stopte met mijn studie. Ik was naar Nederland gekomen voor een diploma. Maar het is niet zo dat ik helemaal niets deed. Dat ik thuis zat en elke maand mijn hand ophield. Ik was en ben altijd bezig. Ze gaven me dus financiële steun en probeerden me te motiveren. Dat gold ook voor mijn partner en mijn vrienden. Ze gaven advies, al ben je zelf uiteindelijk verantwoordelijk voor de keuzes die je maakt.”

 

Helpen

“Zo nu en dan krijg ik vragen van startende ondernemers over aandachtspunten bij het starten van eigen zaak. Na een jaar weet ik nog niet alles, maar ik ken een aantal belangrijke valkuilen. Die kennis deel ik graag met hen. Verder krijg ik regelmatig technische vragen over taarten, zowel op sociale media als tijdens de workshops die ik geef.”

 

Advies

“Een keuze maken, is niet makkelijk als je jong bent. Je denkt dat je weet wat je wil, maar je moet het eerst proberen om erachter te komen of het echt iets voor je is. Misschien weet je zeker dat je international business management wil studeren. Je ontdekt het pas als je het daadwerkelijk doet. Ik denk dat het wel belangrijk is om op tijd te stoppen, zodat je geen schuld opbouwt. Gelukkig ben ik wel op tijd gestopt.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en twitter

 

 

 

 

Ocan’s Spotlight: Ramises Verginie

Ocan spotlight Verginie
Foto: Ramises Verginie

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week Ramises Verginie, kapper en drummer van Cache Royale.

Auteur: Otti Thomas
“Eigenlijk wilde ik als kind al kapper worden. Waar ik goed in ben, is het kijken naar andere mensen en snel begrijpen hoe ze iets doen. Zo ging het ook bij de kapper. Als ik zondag mijn haren liet knippen, liet ik andere klanten voorgaan, zodat ik kon kijken hoe er geknipt werd. Op die manier is mijn passie ontstaan. Na de middelbare school ging ik naar de RK MTS. Ik droomde ervan om architect te worden. Het viel tegen. Iedereen was technisch, behalve ik. Dus ik ben gestopt en vanaf mijn veertiende werkte ik bij verschillende kappers op Curaçao. No Limit, Strak Strak en Doezini Barbershop. Ik kwam naar Nederland omdat mijn vriendin hier ging studeren en ik zelf ook toe was aan iets anders. Na een aantal jaren bij Cut’N Go in Rotterdam, begon ik mijn eigen kapperszaak Ramises Barbershop aan het Rabbijn Maarsenplein in Den Haag. Het liep meteen goed. Er zijn veel Chinese kappers in de buurt, maar er is maar één Antilliaanse kapper. Mijn eigen kapperszaak is goed te combineren met mijn andere passie. Ik ben drummer, ook sinds mijn veertiende, en speelde eerst bij Cache Deluxe en nu Cache Royale. Het is wel zwaar om vrijdagavond op te treden en dan op zaterdag te werken, maar het scheelt dat ik eigen baas ben. Ik pas mijn werktijden aan, al moet ik het later wel inhalen.”

 

Inspiratie

“Mijn liefde voor muziek komt uit mijn familie. Van mijn moeders kant zijn bijna alle familieleden muzikant. Het meest bekend is mijn oom Rudy Emerenciana. Kappers zijn er niet binnen mijn familie. Mijn vader heeft alleen een tondeuse om zich te scheren. Ik haal mijn inspiratie uit de kapsels van collega-kappers. Er is geen hevige concurrentie en ik ben bevriend met kappers met wie ik samenwerkte. We bellen elkaar zelfs als we vinden dat figuren of het verloop van de haren niet mooi zijn. Ik heb geen voorkeur voor kapsels. Mijn klanten zijn een mix van Caribische en Nederlandse mannen en jongens. Of vrouwen, als ze kort haar hebben. Ik geniet wel altijd van nieuw materiaal. Een nieuwe tondeuse of schaar. Ik knip liever met een nieuwe schaar, ook al is het precies dezelfde als mijn oude.”

 

Obstakel

“Ik ben geen echt familiemens, maar toen ik naar Nederland vertrok was het moeilijk om mijn familie achter te laten. Ik mis ze nog steeds. Mijn drie kinderen mis ik ook. Mijn ex-vriendin is terug gegaan naar Curaçao, maar ik wilde in Nederland blijven. Ik had mijn kapsalon als doel. Het was niet makkelijk, maar ik heb een rationele instelling. Als zij gelukkiger wordt op Curaçao, dan gun ik haar dat. En misschien komen mijn kinderen wel in Nederland studeren. De oudste is twaalf, dus het duurt nog zes jaar. Ik heb geen plannen om terug te gaan naar Curaçao. Op Curaçao zou ik teveel concurrentie hebben als kapper. Maar wil ook niet gebonden zijn aan Nederland. Ik hou erg van nieuwe uitdagingen. Dus als ik over twee jaar een kapperszaak in Spanje zou kunnen beginnen, zou ik het meteen doen.

 

Dankbaar

“Ik heb veel te danken aan mijn moeder. Mijn ouders waren teleurgesteld toen ik stopte met de MTS, maar mijn moeder is me altijd blijven steunen in alle keuzes die ik maakte. Bovendien heb ik inmiddels laten zien, dat ik iets bereik. Ik heb een goede vriend die me altijd heeft gestimuleerd om dingen te proberen. Hij is ook kapper en we trekken al 25 jaar met elkaar op. Als hij ergens ging werken, dan volgde ik daarna en als ik ergens ging werken, volgde hij. Inmiddels werkt hij bij een kapsalon in Zoetermeer.”

 

Advies

“Ik heb eigenlijk maar een advies. Als er iets is dat je leuk vindt, een hobby, dan kun je het beste zorgen dat je daar je geld mee kan verdienen. In mijn geval zijn het er twee. Knippen en drummen.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter

 

 

Ocan’s Spotlight: Cedric van Uytrecht

Cedric van Uytrecht_edit
Foto: Cedric van Uytrecht

Nederland telt meer dan 150.000 inwoners met wortels in Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Duizenden hiervan zijn op hun eigen manier succesvol. Stichting Ocan plaatst dit jaar elk week één van hen in de Spotlight. Deze week Cedric van Uytrecht, verloskundige en master physician assistant uit Curaçao.

Auteur: Otti Thomas

“Mijn vader werkte bij de Shell en mijn moeder was onderwijzeres, maar ik wilde altijd iets doen in de medische wereld. Het beroep van verloskundige sprak me aan door de mate van zelfstandigheid en de emotie die erbij komt kijken. Het gaat over het leven, over de mens. Ik werkte voor het Academisch Ziekenhuis Utrecht, wat nu het Universitair Medisch Centrum Utrecht is, het ziekenhuis van Oss, had een eigen praktijk met een collega en ben nu verbonden aan het Màxima Medisch Centrum in Veldhoven. Ik heb zowel thuis- als ziekenhuisbevallingen begeleid. Momenteel begeleid ik alleen bevallingen in het ziekenhuis. Ik werk ook op de afdeling high care als een soort ‘zaalarts’ voor vrouwen met een risico om extreem vroeg te bevallen. Hiervoor volgde ik de opleiding voor  master physician assistant, een zwaardere functie waarin ik bijvoorbeeld omga met complexere situaties vanuit een wetenschappelijke invalshoek en medicatie mag voorschrijven.

Sinds een paar jaar geef ik soms trainingen in acute verloskunde. Wat doe je als team bij complicaties, bijvoorbeeld als een vrouw na de bevalling veel bloed verliest? Het belangrijkste is dan altijd goede communicatie.”

 

Inspiratie

“Ik loop er niet mee te koop, maar ik ben trots op wat ik heb bereikt. Vooral omdat ik er hard voor heb gewerkt. Verloskundige is bovendien het mooiste beroep ter wereld. In ieder geval voor mij. Het mooiste is niet zozeer het feit dat een vrouw bevalt van een kind, maar omdat ik iedere keer zie hoe veel pijn een vrouw kan lijden, gevolgd door een omslag als ze haar kind in haar armen sluit. Die ontlading is zo mooi, zo intens. Ik heb al heel veel bevallingen gedaan, maar daar sta ik elke keer weer van te kijken.”

 

Obstakel

“Ik ben twee keer afgewezen voor de opleiding verloskunde. Er waren 800 aanmeldingen en ruimte voor 25 tot 30 studenten. Die afwijzingen waren zwaar, want ik wilde bij die beste 30 horen. Maar ik wist dat er meer manieren zijn om je doel te bereiken. Ik was intussen begonnen met de opleiding HBO Verpleegkunde, zodat ik toch een diploma had, en volgde daarna de opleiding voor verloskunde in het Belgische Turnhout. België had geen restricties voor het aantal studenten. Het vinden van werk in Nederland was vervolgens niet makkelijk. In de eerste plaats was ik een man. Dat werd in die tijd als een nadeel gezien. Ik werd ook afgewezen omdat ik in België was opgeleid. In Nederland word je opgeleid om zelfstandig thuisbevallingen te doen, in België alleen voor bevallingen onder strenge supervisie in een ziekenhuis. Het Academische Ziekenhuis Utrecht gaf me uiteindelijk de kans om een aantal maanden mee te lopen. Zo kon ik het denkproces van een zelfstandige verloskundige onder de knie krijgen. Daarna werd ik meteen aangenomen in het ziekenhuis in Oss. Toen ik eenmaal werkte als verloskundige, bleek dat mijn patiënten erg tevreden zijn met mijn begeleiding en dat mijn collega’s mijn kennis en kundigheid waarderen.

 

Dankbaar

“Mijn ouders hadden negen kinderen. We kregen allemaal te horen dat het niet uitmaakte welke opleiding we deden, maar dat we wel moesten zorgen voor een diploma. Een diploma is de basis om verder te komen in het leven. Als kind wilde ik liever leuke dingen doen, maar op latere leeftijd leerde ik die strenge opvoeding wel waarderen. Mijn ouders hadden zelf gestudeerd, dus gaven het goede voorbeeld. Inderdaad hebben we alle negen een diploma. Ik heb ook veel te danken aan mensen die me een kans hebben geboden, zoals mijn mentoren in het Academisch Medisch Centrum in Utrecht en het Màxima Medisch Centrum. Ze hebben in mij geïnvesteerd. Het is belangrijk je daar bewust van te zijn en die kans ook te benutten. Ik leer van hun manier van redeneren en logisch nadenken. Mijn huidige mentor zegt altijd: Cedric houdt het simpel, het leven is heel gemakkelijk. Zeg niet meteen nee als een vrouw bijvoorbeeld staand wil bevallen en niet liggend. Maak daarbij wel duidelijke afspraken.”

 

Helpen

“De kansen die ik kreeg, wil ik anderen ook bieden. Momenteel zijn mijn collega en ik nog steeds de twee enige verloskundigen in Nederland, die werken als physician asisstant op een zwangeren high care afdeling. Collega’s die bezig zijn met deze opleiding en een stageplaats zoeken, bied ik altijd de mogelijkheid om bij ons stage te lopen. Zo probeer ik hen te inspireren en te enthousiasmeren. Ik hoop dat het vak van physician assistant zich daardoor landelijk verder kan ontwikkelen.”

 

Advies

“Volg je hart, blijf realistisch en werk dan hard om je droom te bereiken. Het is belangrijk om te beseffen dat opofferingen soms nodig zijn. Ik volgde de opleiding verpleegkunde omdat ik werd afgewezen, maar achteraf ben ik blij dat ik het heb gedaan. Het was leuk en interessant en ik leerde veel over de omgang met patiënten en organisatorische aspecten. Ik heb er veel voordeel van gehad in mijn latere carrière. Soms moet je dus een of twee stappen achteruit zetten om daarna drie of vier stappen vooruit te kunnen zetten. Denk aan de lange termijn doelen en niet alleen aan de korte.”

 

Stichting Ocan ondersteunt Caribische Nederlanders bij het bereiken van hun individuele en gedeelde ambities en doelstellingen. ocan.nl. Volg ons ook op Facebook en Twitter

 

DCP 2017

Click here to visit the 2017 Gallery

PARTNERS & SPONSORS